Abonement

Lëtzebuergesch
English
season ticket; season ticket [card]
Français
abonnement [souscription]; abonnement [carte]
Deutsch
Abonnement [Bezug]; Abonnement [Dauerkarte]
Woordsoort
SUBST N
Meervoud
Abonementer

Uitspraak (IPA)

[ɑbonəmˈænt]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Abonement
  • Abonementer

→