Allure

Lëtzebuergesch
English
manner; airs
Français
allure [comportement, manière d'être]; allures [genre]
Deutsch
Benehmen; Allüren
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Alluren

Uitspraak (IPA)

[ɑlˈyːʀ]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Allure
  • Alluren

→