aparken
Lëtzebuergesch
- English
- to park
- Français
- garer; se garer
- Deutsch
- einparken
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- ageparkt
Uitspraak (IPA)
[ˈɑpɑʀkən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- einparken
- Français
- garer (en faisant un créneau)
- English
- to park (a vehicle)
- Português
- estacionar (num lugar de estacionamento)
- Nederlands
- parkeren
Betekenis 2
- Deutsch
- einparken
- Français
- se garer
- English
- to park
- Português
- estacionar (num lugar de estacionamento)
- Nederlands
- parkeren
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- ageparkt
- ageparktem
- ageparkten
- ageparkter
- anzeparken
- aparken
- aparks
- aparkt
Voorbeeldzinnen
hei kréien ech den Auto net uerdentlech ageparkt
Betekenis 1: parkeren
vill Leit kënnen net gutt hannerzeg aparken
Betekenis 2: parkeren
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- aparken
- Voltooid deelwoord
- ageparkt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- parken an
- du
- parks an
- hien / hatt / si
- parkt an
- mir
- parken an
- dir
- parkt an
- si
- parken an
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hunn ageparkt
- du
- hues ageparkt
- hien / hatt / si
- huet ageparkt
- mir
- hunn ageparkt
- dir
- hutt ageparkt
- si
- hunn ageparkt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat ageparkt
- du
- has ageparkt
- hien / hatt / si
- hat ageparkt
- mir
- haten ageparkt
- dir
- hat ageparkt
- si
- haten ageparkt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing aparken
- du
- géifs / géings aparken
- hien / hatt / si
- géif / géing aparken
- mir
- géifen / géingen aparken
- dir
- géift / géingt aparken
- si
- géifen / géingen aparken
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt ageparkt
- du
- häss ageparkt
- hien / hatt / si
- hätt ageparkt
- mir
- hätten ageparkt
- dir
- hätt ageparkt
- si
- hätten ageparkt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- park an!
- dir
- parkt an!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→