awanderen

Lëtzebuergesch
English
to immigrate
Français
immigrer
Deutsch
einwandern
Woordsoort
VRB
Synoniem
immigréieren; zouwanderen
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
agewandert

Uitspraak (IPA)

[ˈɑvɑndəʀən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
einwandern
Français
immigrer
English
to immigrate
Português
imigrar
Nederlands
immigreren

Synoniemen

immigréieren

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • agewandert
  • anzewanderen
  • awanderen
  • awanders
  • awandert

Voorbeeldzinnen

  1. eis Famill ass 1868 agewandert

    Betekenis: immigreren

Werkwoordvervoeging

Infinitief
awanderen
Voltooid deelwoord
agewandert
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
wanderen an
du
wanders an
hien / hatt / si
wandert an
mir
wanderen an
dir
wandert an
si
wanderen an
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
sinn agewandert
du
bass agewandert
hien / hatt / si
ass agewandert
mir
sinn agewandert
dir
sidd agewandert
si
sinn agewandert
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
war agewandert
du
waars agewandert
hien / hatt / si
war agewandert
mir
waren agewandert
dir
waart agewandert
si
waren agewandert
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing awanderen
du
géifs / géings awanderen
hien / hatt / si
géif / géing awanderen
mir
géifen / géingen awanderen
dir
géift / géingt awanderen
si
géifen / géingen awanderen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
wier agewandert
du
wiers agewandert
hien / hatt / si
wier agewandert
mir
wieren agewandert
dir
wiert agewandert
si
wieren agewandert

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→