bedalen

Lëtzebuergesch
English
to fork [or shell] out sth [for sth]
Français
raquer
Deutsch
berappen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
bedaalt

Uitspraak (IPA)

[bədˈaːlən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

spreektaal

Deutsch
berappen; blechen
Français
raquer; payer (régler)
English
to settle; to pay for
Português
pagar; arrotar (despesa)
Nederlands
betalen; dokken

Synoniemen

berappen · bezuelen · blechen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • bedaals
  • bedaalt
  • bedaaltem
  • bedaalten
  • bedaalter
  • bedal
  • bedalen

Voorbeeldzinnen

  1. komm, ech bedalen dee ganze Betrag an da gëtt jidderee mir säin Deel zeréck

    spreektaal

    Betekenis: betalen; dokken

  2. an den Ae vu ville Leit baut de Staat deier Gebaier an de Steierzueler muss (se) bedalen

    spreektaal

    Betekenis: betalen; dokken

Werkwoordvervoeging

Infinitief
bedalen
Voltooid deelwoord
bedaalt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
bedalen
du
bedaals
hien / hatt / si
bedaalt
mir
bedalen
dir
bedaalt
si
bedalen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu bedaalt
du
hues bedaalt
hien / hatt / si
huet bedaalt
mir
hu bedaalt
dir
hutt bedaalt
si
hu bedaalt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat bedaalt
du
has bedaalt
hien / hatt / si
hat bedaalt
mir
hate bedaalt
dir
hat bedaalt
si
hate bedaalt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing bedalen
du
géifs / géings bedalen
hien / hatt / si
géif / géing bedalen
mir
géifen / géinge bedalen
dir
géift / géingt bedalen
si
géifen / géinge bedalen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt bedaalt
du
häss bedaalt
hien / hatt / si
hätt bedaalt
mir
hätte bedaalt
dir
hätt bedaalt
si
hätte bedaalt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
bedal!
dir
bedaalt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→