Fabrik

Lëtzebuergesch
English
factory [industrial plant]; factory [building]
Français
établissement industriel; usine [bâtiment]
Deutsch
Fabrik [Industriebetrieb]; Fabrik [Gebäude]
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Fabricken

Uitspraak (IPA)

[fɑbʀˈik]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Fabricken
  • Fabrik

→