fäeg

Lëtzebuergesch
English
to be capable of; to be capable of anything; capable
Français
être capable de; être capable de tout; capable
Deutsch
imstande sein zu; zu allem fähig sein; kompetent
Woordsoort
ADJ
Synoniem
amstand sinn ze; kapabel; kompetent; kapabel sinn ze

Uitspraak (IPA)

[fˈɛːəɕ]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
fähig sein zu; imstande sein zu
Français
être capable de
English
to be able to; to be capable of
Português
ser capaz de
Nederlands
in staat zijn (kunnen)

Synoniemen

amstand sinn ze · kapabel sinn ze

Betekenis 2

Deutsch
zu allem fähig sein
Français
être capable de tout
English
to be capable of anything
Português
ser capaz de tudo
Nederlands
tot alles in staat zijn

Betekenis 3

Deutsch
fähig; kompetent
Français
capable (compétent)
English
capable
Português
capaz (competente)
Nederlands
capabel; competent

Synoniemen

kapabel · kompetent

Gebruiksnotities

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatieffäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatieffäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datieffäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitieffäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatieffäeg
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatieffäeg
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datieffäeger
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitieffäeger
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatieffäegt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatieffäegt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datieffäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitieffäegen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatieffäeg
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatieffäeg
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datieffäegen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitieffäeger
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatieffäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatieffäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datieffäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitieffäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatieffäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatieffäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datieffäegster
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitieffäegster
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatieffäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatieffäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datieffäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitieffäegsten
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatieffäegst
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatieffäegst
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datieffäegsten
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitieffäegster
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • fäeg
  • fäeg sinn ze
  • fäegem
  • fäegen
  • fäeger
  • fäegst
  • fäegstem
  • fäegsten
  • fäegster
  • fäegt
  • zu allem fäeg sinn

Voorbeeldzinnen

  1. dee Mann ass net fäeg , säin Auto richteg ze stationéieren

    Betekenis 1: in staat zijn

  2. hien ass fäeg , sech stonnelaang ze konzentréieren

    Betekenis 1: in staat zijn

  3. fir seng Karriär ass eise Chef zu allem fäeg !

    Betekenis 2: tot alles in staat zijn

  4. et ass schwéier, fäeg Mataarbechter ze fannen

    Betekenis 3: capabel; competent

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→