gehörlos

Lëtzebuergesch
English
deaf
Français
sourd(e)
Deutsch
gehörlos
Woordsoort
ADJ

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefgehörlosen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefgehörlosen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefgehörlosen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefgehörlosen
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefgehörlos
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefgehörlos
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefgehörloser
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefgehörloser
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefgehörloost
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefgehörloost
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefgehörlosen
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefgehörlosen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefgehörlos
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefgehörlos
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefgehörlosen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefgehörloser
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gehörloost
  • gehörlos
  • gehörlosem
  • gehörlosen
  • gehörloser

→