Gepäckträger

Lëtzebuergesch
English
roof rack [for a bicycle] [for a car]; porter [for luggage]
Français
porte-bagages; porteur [de bagages]
Deutsch
Gepäckträger [Vorrichtung]; Gepäckträger [Person]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Gepäckträger; Gepäckträgeren

Uitspraak (IPA)

[ɡəpˈæktʀɛːʑɐ]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Gepäckträger
  • Gepäckträgeren

→