Hank

Lëtzebuergesch
English
slope [hillside]; inclination; to dangle
Français
versant; penchant; ployer
Deutsch
Hang [Abhang]; Neigung; sich neigen [sich senken]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Häng

Uitspraak (IPA)

[hɑŋk]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Häng
  • Hank

→