haperen

Lëtzebuergesch
English
to be wanting; to be weak in
Français
manquer; marcher mal
Deutsch
hapern an; hapern
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gehapert

Uitspraak (IPA)

[hˈaːpəʀən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gehapert
  • haperen
  • hapert

Werkwoordvervoeging

Infinitief
haperen
Voltooid deelwoord
gehapert
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
hapert
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
huet gehapert
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
hien / hatt / si
hat gehapert
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
géif / géing haperen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
hien / hatt / si
hätt gehapert

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→