Haselesch

Lëtzebuergesch
English
rash, erratic person [female]
Français
personne téméraire et imprévisible [femme]
Deutsch
unbesonnene, fahrige Person [weiblich]
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Haseleschen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Haselesch
  • Haseleschen

→