Hörer

Lëtzebuergesch
English
receiver [telephone]
Français
écouteur [téléphonique]
Deutsch
Hörer [beim Telefon]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Höreren

Uitspraak (IPA)

[hˈøːʀɐ]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
Hörer (beim Telefon)
Français
écouteur (téléphonique)
English
receiver (telephone)
Português
auscultador (do telefone)
Nederlands
hoorn (van een telefoon)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Hörer
  • Höreren

Voorbeeldzinnen

  1. eisen Telefon ass net futti, mee den Hörer louch net richteg op

    Betekenis: hoorn

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→