immun

Lëtzebuergesch
English
immune
Français
immunisé; irresponsable
Deutsch
immun
Woordsoort
ADJ

Uitspraak (IPA)

[imˈuːn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
immun (gegen Krankheiten)
Français
immunisé
English
immune (to infection)
Português
imune
Nederlands
immuun (tegen ziekte)

Betekenis 2

Deutsch
immun (gegen Strafverfolgung)
Français
inviolable; irresponsable (devant la loi)
English
immune (from legal action)
Português
inviolável; irresponsável (perante a lei)
Nederlands
immuun (tegen strafvervolging)

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefimmunen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefimmunen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefimmunen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefimmunen
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefimmun
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefimmun
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefimmuner
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefimmuner
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefimmuunt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefimmuunt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefimmunen
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefimmunen
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • immun
  • immunem
  • immunen
  • immuner
  • immuunt

Voorbeeldzinnen

  1. weeder eng Impfung nach eng Infektioun maachen ee laangfristeg immun géint Malaria

    Betekenis 1: immuun

  2. an dësem Beruff gëtt ee mat der Zäit immun géint d'Frechheeten

    spreektaal

    Betekenis 1: immuun

  3. a ville Länner sinn d'politesch Mandatairen immun

    Betekenis 2: immuun

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→