implizit

Lëtzebuergesch
English
implicitly
Français
implicitement
Deutsch
implizit
Woordsoort
ADV

Uitspraak (IPA)

[implitsˈit]

Gebruiksnotities

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefimpliziten
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefimpliziten
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefimpliziten
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefimpliziten
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefimplizit
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefimplizit
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefimpliziter
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefimpliziter
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefimplizit
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefimplizit
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefimpliziten
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefimpliziten
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefimplizit
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefimplizit
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefimpliziten
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefimpliziter
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • implizit
  • implizitem
  • impliziten
  • impliziter

→