Jéngelchen

Lëtzebuergesch
English
boy; son; fellow
Français
garçon [enfant masculin]; fils; gaillard
Deutsch
Junge [Kind]; Sohn; Kerl
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Jéngelcher

Uitspraak (IPA)

[ʑˈeŋəlɕən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Jéngelchen
  • Jéngelcher

→