kazen

Lëtzebuergesch
English
to bicker (with)
Français
se disputer (avec)
Deutsch
zanken (mit)
Woordsoort
VRB
Synoniem
sech zerkazen; streiden (mat)
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gekaazt

Uitspraak (IPA)

[kˈaːtsən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
zanken (mit)
Français
se disputer (avec)
English
to squabble (with); to bicker (with)
Português
brigar (com); discutir (com)
Nederlands
ruzie maken met; bekvechten met

Synoniemen

sech zerkazen · streiden (mat)

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gekaazt
  • kaazt
  • kaz
  • kazen
  • kazen (mat)

Voorbeeldzinnen

  1. meng zwou Schwëstere kaze bal all Dag mateneen

    Betekenis: ruzie maken met; bekvechten met

Werkwoordvervoeging

Infinitief
kazen
Voltooid deelwoord
gekaazt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
kazen
du
kaz
hien / hatt / si
kaazt
mir
kazen
dir
kaazt
si
kazen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gekaazt
du
hues gekaazt
hien / hatt / si
huet gekaazt
mir
hu gekaazt
dir
hutt gekaazt
si
hu gekaazt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gekaazt
du
has gekaazt
hien / hatt / si
hat gekaazt
mir
hate gekaazt
dir
hat gekaazt
si
hate gekaazt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing kazen
du
géifs / géings kazen
hien / hatt / si
géif / géing kazen
mir
géifen / géinge kazen
dir
géift / géingt kazen
si
géifen / géinge kazen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gekaazt
du
häss gekaazt
hien / hatt / si
hätt gekaazt
mir
hätte gekaazt
dir
hätt gekaazt
si
hätte gekaazt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
kaz!
dir
kaazt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→