ofleenen

Lëtzebuergesch
English
to reject
Français
rejeter
Deutsch
abweisen
Woordsoort
VRB
Synoniem
refuséieren
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
ofgeleent

Uitspraak (IPA)

[ˈoːfleːnən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
ablehnen; abweisen
Français
refuser; rejeter (décliner)
English
to refuse; to reject
Português
recusar; rejeitar (declinar)
Nederlands
afwijzen; weigeren

Synoniemen

refuséieren

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • ofgeleent
  • ofgeleentem
  • ofgeleenten
  • ofgeleenter
  • ofleenen
  • ofleens
  • ofleent
  • ofzeleenen

Voorbeeldzinnen

  1. meng Demande fir e Subsid gouf ofgeleent

    Betekenis: afwijzen; weigeren

Werkwoordvervoeging

Infinitief
ofleenen
Voltooid deelwoord
ofgeleent
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
leenen of
du
leens of
hien / hatt / si
leent of
mir
leenen of
dir
leent of
si
leenen of
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn ofgeleent
du
hues ofgeleent
hien / hatt / si
huet ofgeleent
mir
hunn ofgeleent
dir
hutt ofgeleent
si
hunn ofgeleent
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat ofgeleent
du
has ofgeleent
hien / hatt / si
hat ofgeleent
mir
haten ofgeleent
dir
hat ofgeleent
si
haten ofgeleent
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing ofleenen
du
géifs / géings ofleenen
hien / hatt / si
géif / géing ofleenen
mir
géifen / géingen ofleenen
dir
géift / géingt ofleenen
si
géifen / géingen ofleenen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt ofgeleent
du
häss ofgeleent
hien / hatt / si
hätt ofgeleent
mir
hätten ofgeleent
dir
hätt ofgeleent
si
hätten ofgeleent
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
leen of!
dir
leent of!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→