opspanen

Lëtzebuergesch
English
to put up
Français
installer
Deutsch
aufspannen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
opgespaant

Uitspraak (IPA)

[ˈopʃpaːnən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
aufspannen (öffnen, ausbreiten)
Français
ouvrir; installer (en tendant)
English
to open; to put up (to stretch out)
Português
abrir; instalar (esticando)
Nederlands
opzetten; openen (een paraplu, een luifel)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • opgespaant
  • opgespaantem
  • opgespaanten
  • opgespaanter
  • opspaans
  • opspaant
  • opspanen
  • opzespanen

Voorbeeldzinnen

  1. wéi et ugefaangen huet mat reenen, huet hie säi Prabbeli opgespaant

    Betekenis: opzetten; openen

  2. fir d'Grillfest spane mer en Iwwerdaach op , wou d'Leit kënnen drënner iessen

    Betekenis: opzetten; openen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
opspanen
Voltooid deelwoord
opgespaant
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
spanen op
du
spaans op
hien / hatt / si
spaant op
mir
spanen op
dir
spaant op
si
spanen op
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn opgespaant
du
hues opgespaant
hien / hatt / si
huet opgespaant
mir
hunn opgespaant
dir
hutt opgespaant
si
hunn opgespaant
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat opgespaant
du
has opgespaant
hien / hatt / si
hat opgespaant
mir
haten opgespaant
dir
hat opgespaant
si
haten opgespaant
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing opspanen
du
géifs / géings opspanen
hien / hatt / si
géif / géing opspanen
mir
géifen / géingen opspanen
dir
géift / géingt opspanen
si
géifen / géingen opspanen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt opgespaant
du
häss opgespaant
hien / hatt / si
hätt opgespaant
mir
hätten opgespaant
dir
hätt opgespaant
si
hätten opgespaant
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
span op!
dir
spaant op!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→