pfleegen

Lëtzebuergesch
English
to take care of; to maintain; to look after oneself
Français
soigner; prendre soin de soi
Deutsch
pflegen; sich pflegen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gepfleegt

Uitspraak (IPA)

[pflˈeːʑən]

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gepfleegt
  • gepfleegtem
  • gepfleegten
  • gepfleegter
  • pfleeg
  • pfleegen
  • pfleegs
  • pfleegt

Werkwoordvervoeging

Infinitief
pfleegen
Voltooid deelwoord
gepfleegt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
pfleegen (mech)
du
pfleegs (dech)
hien / hatt / si
pfleegt (sech)
mir
pfleegen (eis)
dir
pfleegt (iech)
si
pfleegen (sech)
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn (mech) gepfleegt
du
hues (dech) gepfleegt
hien / hatt / si
huet (sech) gepfleegt
mir
hunn (eis) gepfleegt
dir
hutt (iech) gepfleegt
si
hunn (sech) gepfleegt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat (mech) gepfleegt
du
has (dech) gepfleegt
hien / hatt / si
hat (sech) gepfleegt
mir
haten (eis) gepfleegt
dir
hat (iech) gepfleegt
si
haten (sech) gepfleegt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing (mech) pfleegen
du
géifs / géings (dech) pfleegen
hien / hatt / si
géif / géing (sech) pfleegen
mir
géifen / géingen (eis) pfleegen
dir
géift / géingt (iech) pfleegen
si
géifen / géingen (sech) pfleegen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt (mech) gepfleegt
du
häss (dech) gepfleegt
hien / hatt / si
hätt (sech) gepfleegt
mir
hätten (eis) gepfleegt
dir
hätt (iech) gepfleegt
si
hätten (sech) gepfleegt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
pfleeg (dech)!
dir
pfleegt (iech)!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→