prägen

Lëtzebuergesch
English
to mint; to leave a mark on
Français
frapper; marquer
Deutsch
prägen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gepräägt

Uitspraak (IPA)

[pʀˈɛːʑən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
prägen (Münzen)
Français
frapper (des pièces de monnaie)
English
to mint (coins)
Português
cunhar (moedas)
Nederlands
slaan (munten)

Betekenis 2

Deutsch
prägen (beeinflussen)
Français
marquer (influencer)
English
to leave a mark on (to influence)
Português
marcar (influenciar)
Nederlands
vormen (beïnvloeden, een stempel drukken op)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gepräägt
  • gepräägtem
  • gepräägten
  • gepräägter
  • präägs
  • präägt
  • präg
  • prägen

Voorbeeldzinnen

  1. wou ginn eis Mënze gepräägt ?

    Betekenis 1: slaan

  2. dat Erliefnes huet mech (fir d'Liewen) gepräägt

    Betekenis 2: vormen

  3. dee Film schéngt dech al gepräägt ze hunn !

    Betekenis 2: vormen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
prägen
Voltooid deelwoord
gepräägt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
prägen
du
präägs
hien / hatt / si
präägt
mir
prägen
dir
präägt
si
prägen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gepräägt
du
hues gepräägt
hien / hatt / si
huet gepräägt
mir
hu gepräägt
dir
hutt gepräägt
si
hu gepräägt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gepräägt
du
has gepräägt
hien / hatt / si
hat gepräägt
mir
hate gepräägt
dir
hat gepräägt
si
hate gepräägt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing prägen
du
géifs / géings prägen
hien / hatt / si
géif / géing prägen
mir
géifen / géinge prägen
dir
géift / géingt prägen
si
géifen / géinge prägen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gepräägt
du
häss gepräägt
hien / hatt / si
hätt gepräägt
mir
hätte gepräägt
dir
hätt gepräägt
si
hätte gepräägt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
präg!
dir
präägt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→