Schierbelchen

Lëtzebuergesch
English
shard; bonce
Français
éclat (de verre); caboche [tête]
Deutsch
Scherbe; Schädel [Kopf]
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Schierbelcher

Uitspraak (IPA)

[ʃˈiːɐ̯bəlɕən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Schierbelchen
  • Schierbelcher

→