Telephon

Lëtzebuergesch
English
(tele)phone [set]; (tele)phone [connection]; (tele)phone call
Français
téléphone [appareil]; téléphone [raccord, infrastructure]; communication (téléphonique)
Deutsch
Telefon [Apparat]; Telefonanschluss; Anruf [Telefonanruf]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Telephonen

Uitspraak (IPA)

[tˈələfoːn]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Telephon
  • Telephonen

→