Tënor

Lëtzebuergesch
English
tenor [voice]; tenor [person]
Français
ténor [voix]; ténor [personne]
Deutsch
Tenor [Stimme]; Tenor [Person]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Tënoren

Uitspraak (IPA)

[tˈənɔːʀ]

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Tënor
  • Tënoren

→