Trapez

Lëtzebuergesch
English
trapezium; trapeze
Français
trapèze [quadrilatère]; trapèze [agrès]
Deutsch
Trapez [Viereck]; Trapez [Schaukelreck]
Woordsoort
SUBST N
Meervoud
Trapezer

Uitspraak (IPA)

[tʀɑpˈeːts]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Trapez
  • Trapezer

→