upapen
Lëtzebuergesch
- English
- to paste (up)
- Français
- coller
- Deutsch
- ankleben (mit Kleister)
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- sinn
- Voltooid deelwoord
- ugepaapt; ugepaapt
Uitspraak (IPA)
[ˈupaːpən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- ankleben (mit Kleister)
- Français
- coller (faire adhérer à la colle (d'amidon))
- English
- to paste (up) (to stick up)
- Português
- colar (fazer aderir com cola (de amido))
- Nederlands
- plakken (met stijfselpap)
Betekenis 2
- Deutsch
- festkleben (an); eintrocknen
- Français
- coller (à); sécher (et s'incruster)
- English
- to stick on; to dry on
- Português
- colar (a); secar (e ficar incrustado)
- Nederlands
- vastkleven (aan); vastplakken (aan)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- u
- ugepaapt
- ugepaaptem
- ugepaapten
- ugepaapter
- unzepapen
- upaaps
- upaapt
- upapen
- upapen (un)
Voorbeeldzinnen
d'Tapéit, déi mer gëschter frësch ugepaapt haten , ass an der Nuecht nees lassgaangen
Betekenis 1: plakken
well s de d'Telleren net ofgeschwenkt hues, ass déi ganz Zooss (drun) ugepaapt
Betekenis 2: vastkleven (aan); vastplakken (aan)
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- upapen
- Voltooid deelwoord
- ugepaapt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- papen un
- du
- paaps un
- hien / hatt / si
- paapt un
- mir
- papen un
- dir
- paapt un
- si
- papen un
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hunn ugepaapt
- du
- hues ugepaapt
- hien / hatt / si
- huet ugepaapt
- mir
- hunn ugepaapt
- dir
- hutt ugepaapt
- si
- hunn ugepaapt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat ugepaapt
- du
- has ugepaapt
- hien / hatt / si
- hat ugepaapt
- mir
- haten ugepaapt
- dir
- hat ugepaapt
- si
- haten ugepaapt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing upapen
- du
- géifs / géings upapen
- hien / hatt / si
- géif / géing upapen
- mir
- géifen / géingen upapen
- dir
- géift / géingt upapen
- si
- géifen / géingen upapen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt ugepaapt
- du
- häss ugepaapt
- hien / hatt / si
- hätt ugepaapt
- mir
- hätten ugepaapt
- dir
- hätt ugepaapt
- si
- hätten ugepaapt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- pap un!
- dir
- paapt un!
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- paapt un
- si
- papen un
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- ass ugepaapt
- si
- sinn ugepaapt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- war ugepaapt
- si
- waren ugepaapt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing upapen
- si
- géifen / géingen upapen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- wier ugepaapt
- si
- wieren ugepaapt
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→