verschläissen
Lëtzebuergesch
- English
- to get worn (down)
- Français
- s'user
- Deutsch
- verschleißen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- sinn
- Voltooid deelwoord
- verschlass
Uitspraak (IPA)
[fɐʃlˈæːɪsən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- verschleißen (abnutzen)
- Français
- s'user (s'abîmer à l'usage)
- English
- to wear (badly); to get worn (down)
- Português
- desgastar-se (devido ao uso)
- Nederlands
- verslijten
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- verschläissen
- verschläisst
- verschlass
Voorbeeldzinnen
wann de Käilrimm net richteg gespaant ass, verschläisst e séier
Betekenis: verslijten
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- verschläissen
- Voltooid deelwoord
- verschlass
- Hulpwerkwoord
- sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- verschläisst
- si
- verschläissen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- ass verschlass
- si
- si verschlass
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- war verschlass
- si
- ware verschlass
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing verschläissen
- si
- géifen / géinge verschläissen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- wier verschlass
- si
- wiere verschlass
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→