versielen

Lëtzebuergesch
English
to beat; to have one's bum smacked
Français
tabasser; être fessé
Deutsch
versohlen; den Hintern versohlt bekommen
Woordsoort
VRB
Synoniem
beetschen; zerschloen; gebeetscht ginn
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
versielt

Uitspraak (IPA)

[fɐzˈiələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

spreektaal

Deutsch
versohlen (verprügeln)
Français
tabasser
English
to smack; to spank; to beat
Português
espancar
Nederlands
afranselen (een pak slaag geven)

Synoniemen

beetschen · zerschloen

Betekenis 2

spreektaal

Deutsch
den Hintern versohlt bekommen
Français
être fessé
English
to have one's bum smacked
Português
levar umas palmadas no rabo
Nederlands
een pak slaag krijgen

Synoniemen

gebeetscht ginn

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • den Hënner versielt kréien
  • versiel
  • versielen
  • versiels
  • versielt
  • versieltem
  • versielten
  • versielter

Voorbeeldzinnen

  1. nom Bal hunn e puer Kläpper mäi Frënd gutt versielt

    spreektaal

    Betekenis 1: afranselen

  2. wann s de dech elo net gëss, da kriss de den Hënneschte versielt

    spreektaal

    Betekenis 2: een pak slaag krijgen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
versielen
Voltooid deelwoord
versielt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
versielen
du
versiels
hien / hatt / si
versielt
mir
versielen
dir
versielt
si
versielen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu versielt
du
hues versielt
hien / hatt / si
huet versielt
mir
hu versielt
dir
hutt versielt
si
hu versielt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat versielt
du
has versielt
hien / hatt / si
hat versielt
mir
hate versielt
dir
hat versielt
si
hate versielt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing versielen
du
géifs / géings versielen
hien / hatt / si
géif / géing versielen
mir
géifen / géinge versielen
dir
géift / géingt versielen
si
géifen / géinge versielen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt versielt
du
häss versielt
hien / hatt / si
hätt versielt
mir
hätte versielt
dir
hätt versielt
si
hätte versielt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
versiel!
dir
versielt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→