Lëtzebuergesch
- English
- (little) fidget
- Français
- gamin(e) qui a la bougeotte
- Deutsch
- Zappelphilipp
- Woordsoort
- SUBST F
- Meervoud
- Wibbelen
[vˈibəl]
spreektaal
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
déi kleng Wibbel ka keng Minutt roueg um Stull sëtze bleiwen
Betekenis: woelwater; draaitol