zeidegen

Lëtzebuergesch
English
Français
Deutsch
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gezeidegt

Uitspraak (IPA)

[tsˈɑɪdəʑən]

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gezeidegt
  • zeideg
  • zeidegen
  • zeidegs
  • zeidegt

Werkwoordvervoeging

Infinitief
zeidegen
Voltooid deelwoord
gezeidegt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
zeidegen
du
zeidegs
hien / hatt / si
zeidegt
mir
zeidegen
dir
zeidegt
si
zeidegen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gezeidegt
du
hues gezeidegt
hien / hatt / si
huet gezeidegt
mir
hu gezeidegt
dir
hutt gezeidegt
si
hu gezeidegt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gezeidegt
du
has gezeidegt
hien / hatt / si
hat gezeidegt
mir
hate gezeidegt
dir
hat gezeidegt
si
hate gezeidegt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing zeidegen
du
géifs / géings zeidegen
hien / hatt / si
géif / géing zeidegen
mir
géifen / géingen zeidegen
dir
géift / géingt zeidegen
si
géifen / géingen zeidegen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gezeidegt
du
häss gezeidegt
hien / hatt / si
hätt gezeidegt
mir
hätte gezeidegt
dir
hätt gezeidegt
si
hätte gezeidegt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
zeideg!
dir
zeidegt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→