Zeien

Lëtzebuergesch
English
witness [eyewitness, earwitness]; witness [to a marriage]
Français
témoin [oculaire, auriculaire]; témoin (de mariage)
Deutsch
Zeuge [Augenzeuge, Ohrenzeuge]; Trauzeuge
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Zeien

Uitspraak (IPA)

[tsˈɑɪən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Zeien

→