zouneelen

Lëtzebuergesch
English
to nail down
Français
clouer
Deutsch
zunageln
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
zougeneelt

Uitspraak (IPA)

[tsˈəʊneːlən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
zunageln
Français
clouer (fermer avec des clous)
English
to nail down (to shut with nails)
Português
pregar (fechar com pregos)
Nederlands
dichtspijkeren; dichttimmeren

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • zougeneelt
  • zougeneeltem
  • zougeneelten
  • zougeneelter
  • zouneelen
  • zouneels
  • zouneelt
  • zouzeneelen

Voorbeeldzinnen

  1. fir den Transport mam Schëff ginn déi grouss hëlze Këschten zougeneelt

    Betekenis: dichtspijkeren; dichttimmeren

  2. do ass d'Welt mat Brieder zougeneelt

    Betekenis: dichtspijkeren; dichttimmeren

Werkwoordvervoeging

Infinitief
zouneelen
Voltooid deelwoord
zougeneelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
neelen zou
du
neels zou
hien / hatt / si
neelt zou
mir
neelen zou
dir
neelt zou
si
neelen zou
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn zougeneelt
du
hues zougeneelt
hien / hatt / si
huet zougeneelt
mir
hunn zougeneelt
dir
hutt zougeneelt
si
hunn zougeneelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat zougeneelt
du
has zougeneelt
hien / hatt / si
hat zougeneelt
mir
haten zougeneelt
dir
hat zougeneelt
si
haten zougeneelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing zouneelen
du
géifs / géings zouneelen
hien / hatt / si
géif / géing zouneelen
mir
géifen / géingen zouneelen
dir
géift / géingt zouneelen
si
géifen / géingen zouneelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt zougeneelt
du
häss zougeneelt
hien / hatt / si
hätt zougeneelt
mir
hätten zougeneelt
dir
hätt zougeneelt
si
hätten zougeneelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
neel zou!
dir
neelt zou!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→