erleedegen
Lëtzebuergesch
- English
- to see to; to finish
- Français
- régler; anéantir
- Deutsch
- erledigen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- erleedegt
Uitspraak (IPA)
[ɐlˈeːdəʑən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- erledigen (verrichten)
- Français
- régler (terminer)
- English
- to take care of; to sort; to see to
- Português
- tratar de; resolver
- Nederlands
- uitvoeren; afhandelen
Betekenis 2
- Deutsch
- erledigen (besiegen)
- Français
- écraser; anéantir (infliger une défaite à)
- English
- to finish (to defeat)
- Português
- esmagar; aniquilar (infligir uma derrota a)
- Nederlands
- uitschakelen; te gronde richten
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- erleedeg
- erleedegen
- erleedegs
- erleedegt
- erleedegtem
- erleedegten
- erleedegter
Voorbeeldzinnen
ier ech an d'Vakanz fueren, muss ech nach e puer Saachen erleedegen
Betekenis 1: uitvoeren; afhandelen
de Boxer huet säi Géigner an der fënnefter Ronn erleedegt
Betekenis 2: uitschakelen; te gronde richten
no der Aarbecht sinn ech ëmmer erleedegt
spreektaal
Betekenis 2: uitschakelen; te gronde richten
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- erleedegen
- Voltooid deelwoord
- erleedegt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- erleedegen
- du
- erleedegs
- hien / hatt / si
- erleedegt
- mir
- erleedegen
- dir
- erleedegt
- si
- erleedegen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hunn erleedegt
- du
- hues erleedegt
- hien / hatt / si
- huet erleedegt
- mir
- hunn erleedegt
- dir
- hutt erleedegt
- si
- hunn erleedegt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat erleedegt
- du
- has erleedegt
- hien / hatt / si
- hat erleedegt
- mir
- haten erleedegt
- dir
- hat erleedegt
- si
- haten erleedegt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing erleedegen
- du
- géifs / géings erleedegen
- hien / hatt / si
- géif / géing erleedegen
- mir
- géifen / géingen erleedegen
- dir
- géift / géingt erleedegen
- si
- géifen / géingen erleedegen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt erleedegt
- du
- häss erleedegt
- hien / hatt / si
- hätt erleedegt
- mir
- hätten erleedegt
- dir
- hätt erleedegt
- si
- hätten erleedegt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- erleedeg!
- dir
- erleedegt!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→