erwiergen

Lëtzebuergesch
English
to strangle; to choke (on)
Français
étrangler; s'étrangler (avec)
Deutsch
erwürgen; ersticken (an)
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
erwiergt; erwiergt

Uitspraak (IPA)

[ɐvˈiːɐ̯ʑən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
erwürgen
Français
étrangler
English
to strangle
Português
estrangular
Nederlands
wurgen

Betekenis 2

Deutsch
ersticken (an) (beim Schlucken)
Français
s'étrangler (avec) (en avalant)
English
to choke (on)
Português
engasgar-se (com)
Nederlands
stikken (in) (bij het doorslikken)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • erwierg
  • erwiergen
  • erwiergen (an)
  • erwiergs
  • erwiergt
  • erwiergtem
  • erwiergten
  • erwiergter

Voorbeeldzinnen

  1. d'Affer war kalbliddeg erwiergt ginn

    Betekenis 1: wurgen

  2. dee Kuch ass esou dréchen, du erwiergs bal dran

    Betekenis 2: stikken (in)

Werkwoordvervoeging

Infinitief
erwiergen
Voltooid deelwoord
erwiergt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
erwiergen
du
erwiergs
hien / hatt / si
erwiergt
mir
erwiergen
dir
erwiergt
si
erwiergen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn erwiergt
du
hues erwiergt
hien / hatt / si
huet erwiergt
mir
hunn erwiergt
dir
hutt erwiergt
si
hunn erwiergt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat erwiergt
du
has erwiergt
hien / hatt / si
hat erwiergt
mir
haten erwiergt
dir
hat erwiergt
si
haten erwiergt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing erwiergen
du
géifs / géings erwiergen
hien / hatt / si
géif / géing erwiergen
mir
géifen / géingen erwiergen
dir
géift / géingt erwiergen
si
géifen / géingen erwiergen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt erwiergt
du
häss erwiergt
hien / hatt / si
hätt erwiergt
mir
hätten erwiergt
dir
hätt erwiergt
si
hätten erwiergt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
erwierg!
dir
erwiergt!
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
erwiergen
du
erwiergs
hien / hatt / si
erwiergt
mir
erwiergen
dir
erwiergt
si
erwiergen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
sinn erwiergt
du
bass erwiergt
hien / hatt / si
ass erwiergt
mir
sinn erwiergt
dir
sidd erwiergt
si
sinn erwiergt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
war erwiergt
du
waars erwiergt
hien / hatt / si
war erwiergt
mir
waren erwiergt
dir
waart erwiergt
si
waren erwiergt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing erwiergen
du
géifs / géings erwiergen
hien / hatt / si
géif / géing erwiergen
mir
géifen / géingen erwiergen
dir
géift / géingt erwiergen
si
géifen / géingen erwiergen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
wier erwiergt
du
wiers erwiergt
hien / hatt / si
wier erwiergt
mir
wieren erwiergt
dir
wiert erwiergt
si
wieren erwiergt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
erwierg!
dir
erwiergt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→