meesselen

Lëtzebuergesch
English
to chisel
Français
sculpter
Deutsch
meißeln
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gemeesselt

Uitspraak (IPA)

[mˈeːsələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
meißeln
Français
graver; sculpter (au burin)
English
to chisel
Português
gravar; esculpir (a cinzel)
Nederlands
beitelen; uitbeitelen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gemeesselt
  • gemeesseltem
  • gemeesselten
  • gemeesselter
  • meessel
  • meesselen
  • meessels
  • meesselt

Voorbeeldzinnen

  1. säin Numm ass an de Stee gemeesselt ginn

    Betekenis: beitelen; uitbeitelen

  2. de Sculpteur huet eng Figur aus dem Fiels gemeesselt

    Betekenis: beitelen; uitbeitelen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
meesselen
Voltooid deelwoord
gemeesselt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
meesselen
du
meessels
hien / hatt / si
meesselt
mir
meesselen
dir
meesselt
si
meesselen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gemeesselt
du
hues gemeesselt
hien / hatt / si
huet gemeesselt
mir
hu gemeesselt
dir
hutt gemeesselt
si
hu gemeesselt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gemeesselt
du
has gemeesselt
hien / hatt / si
hat gemeesselt
mir
hate gemeesselt
dir
hat gemeesselt
si
hate gemeesselt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing meesselen
du
géifs / géings meesselen
hien / hatt / si
géif / géing meesselen
mir
géifen / géinge meesselen
dir
géift / géingt meesselen
si
géifen / géinge meesselen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gemeesselt
du
häss gemeesselt
hien / hatt / si
hätt gemeesselt
mir
hätte gemeesselt
dir
hätt gemeesselt
si
hätte gemeesselt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
meessel!
dir
meesselt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→