nodroen
Lëtzebuergesch
- English
- to carry after; to hold against
- Français
- suivre en portant; garder rancune de
- Deutsch
- nachtragen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- nogedroen
Uitspraak (IPA)
[nˈoːdʀoːən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- nachtragen (hinterhertragen)
- Français
- suivre en portant (les affaires d'autrui)
- English
- to carry after (somebody else's things)
- Português
- levar atrás de (as coisas de outra pessoa)
- Nederlands
- achternadragen
Betekenis 2
- Deutsch
- nachtragen (übel nehmen)
- Français
- tenir rigueur de; garder rancune de
- English
- to hold against (to hold a grudge against)
- Português
- guardar rancor por
- Nederlands
- kwalijk nemen (niet vergeten)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- nodréis
- nodréit
- nodroen
- nodrot
- nogedroen
- nozedroen
Voorbeeldzinnen
pass selwer op deng Saachen op, well ech hu keng Loscht, dir stänneg alles nozedroen !
Betekenis 1: achternadragen
mäi Brudder huet eis nach laang nogedroen , datt mer en net invitéiert haten
Betekenis 2: kwalijk nemen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- nodroen
- Voltooid deelwoord
- nogedroen
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- droen no
- du
- dréis no
- hien / hatt / si
- dréit no
- mir
- droen no
- dir
- drot no
- si
- droen no
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hunn nogedroen
- du
- hues nogedroen
- hien / hatt / si
- huet nogedroen
- mir
- hunn nogedroen
- dir
- hutt nogedroen
- si
- hunn nogedroen
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat nogedroen
- du
- has nogedroen
- hien / hatt / si
- hat nogedroen
- mir
- haten nogedroen
- dir
- hat nogedroen
- si
- haten nogedroen
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing nodroen
- du
- géifs / géings nodroen
- hien / hatt / si
- géif / géing nodroen
- mir
- géifen / géingen nodroen
- dir
- géift / géingt nodroen
- si
- géifen / géingen nodroen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt nogedroen
- du
- häss nogedroen
- hien / hatt / si
- hätt nogedroen
- mir
- hätten nogedroen
- dir
- hätt nogedroen
- si
- hätten nogedroen
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- dro no!
- dir
- drot no!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→