verfügen

Lëtzebuergesch
English
to have at one's disposal; to do as one wants with
Français
disposer de; disposer (abusivement) de
Deutsch
verfügen über
Woordsoort
VRB
Synoniem
zur Verfügung hunn; disposéieren iwwer
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
verfüügt

Uitspraak (IPA)

[fɐfˈyːʑən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
verfügen über (zur Verfügung haben)
Français
disposer de (avoir à sa disposition)
English
to have at one's disposal
Português
dispor de (ter à disposição)
Nederlands
beschikken over (ter beschikking hebben)

Synoniemen

disposéieren iwwer · zur Verfügung hunn

Betekenis 2

Deutsch
verfügen über (bestimmen über)
Français
disposer (à sa guise) de; disposer (abusivement) de
English
to take advantage of; to do as one wants with
Português
dispor (a seu bel-prazer) de; dispor (abusivamente) de
Nederlands
beslag leggen op (naar believen handelen/bepalen)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • verfüg
  • verfügen
  • verfügen iwwer
  • verfüügs
  • verfüügt

Voorbeeldzinnen

  1. eise Laboratoire verfüügt iwwer en eegene Budget

    Betekenis 1: beschikken over

  2. däi Patron kann dach net einfach esou iwwer dech verfügen !

    Betekenis 2: beslag leggen op

  3. d'Kanner verfügen iwwer dem Papp säin Auto, wéi wann et hire wier

    Betekenis 2: beslag leggen op

Werkwoordvervoeging

Infinitief
verfügen
Voltooid deelwoord
verfüügt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
verfügen
du
verfüügs
hien / hatt / si
verfüügt
mir
verfügen
dir
verfüügt
si
verfügen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu verfüügt
du
hues verfüügt
hien / hatt / si
huet verfüügt
mir
hu verfüügt
dir
hutt verfüügt
si
hu verfüügt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat verfüügt
du
has verfüügt
hien / hatt / si
hat verfüügt
mir
hate verfüügt
dir
hat verfüügt
si
hate verfüügt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing verfügen
du
géifs / géings verfügen
hien / hatt / si
géif / géing verfügen
mir
géifen / géinge verfügen
dir
géift / géingt verfügen
si
géifen / géinge verfügen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt verfüügt
du
häss verfüügt
hien / hatt / si
hätt verfüügt
mir
hätte verfüügt
dir
hätt verfüügt
si
hätte verfüügt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
verfüg!
dir
verfüügt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→