vermasselen

Lëtzebuergesch
English
to louse up
Français
gâcher
Deutsch
vermasseln
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
vermasselt

Uitspraak (IPA)

[fɐmˈɑsələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

spreektaal

Deutsch
vermasseln
Français
gâcher (compromettre)
English
to mess up; to louse up
Português
estragar (prejudicar)
Nederlands
verknoeien; bederven; in de soep laten lopen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • vermassel
  • vermasselen
  • vermassels
  • vermasselt
  • vermasseltem
  • vermasselten
  • vermasselter

Voorbeeldzinnen

  1. well s du deng Roll net geléiert has, hues de eis dee ganzen Optrëtt vermasselt

    spreektaal

    Betekenis: verknoeien; bederven; in de soep laten lopen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
vermasselen
Voltooid deelwoord
vermasselt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
vermasselen
du
vermassels
hien / hatt / si
vermasselt
mir
vermasselen
dir
vermasselt
si
vermasselen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu vermasselt
du
hues vermasselt
hien / hatt / si
huet vermasselt
mir
hu vermasselt
dir
hutt vermasselt
si
hu vermasselt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat vermasselt
du
has vermasselt
hien / hatt / si
hat vermasselt
mir
hate vermasselt
dir
hat vermasselt
si
hate vermasselt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing vermasselen
du
géifs / géings vermasselen
hien / hatt / si
géif / géing vermasselen
mir
géifen / géinge vermasselen
dir
géift / géingt vermasselen
si
géifen / géinge vermasselen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt vermasselt
du
häss vermasselt
hien / hatt / si
hätt vermasselt
mir
hätte vermasselt
dir
hätt vermasselt
si
hätte vermasselt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
vermassel!
dir
vermasselt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→