verzapen
Lëtzebuergesch
- English
- to serve on draught; to come out with; to mortise
- Français
- débiter; dégoiser; cheviller
- Deutsch
- verzapfen
- Woordsoort
- VRB
- Synoniem
- vu sech ginn; schwätzen; braddelen; tuddelen; rieden
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- verzaapt
Uitspraak (IPA)
[fɐtsˈaːpən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- verzapfen (ausschenken)
- Français
- débiter (des boissons)
- English
- to serve on draught
- Português
- servir (bebidas)
- Nederlands
- schenken; tappen
Betekenis 2
spreektaal pejoratief
- Deutsch
- verzapfen (reden)
- Français
- débiter; dégoiser
- English
- to come out with (to talk)
- Português
- debitar (disparates)
- Nederlands
- uitkramen (onzin)
Synoniemen
braddelen · rieden · schwätzen · tuddelen · vu sech ginn
Betekenis 3
- Deutsch
- verzapfen (durch Zapfen verbinden)
- Français
- cheviller
- English
- to peg; to mortise
- Português
- ensamblar (por meio de respigas)
- Nederlands
- verbinden met een pen-en-gat-verbinding
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- verzaaps
- verzaapt
- verzaaptem
- verzaapten
- verzaapter
- verzap
- verzapen
Voorbeeldzinnen
um Wäifest goufen e puer Fudder Wäi verzaapt
Betekenis 1: schenken; tappen
wat s du haut erëm fir e Quatsch verzaaps !
spreektaalpejoratief
Betekenis 2: uitkramen
fréier goufen d'Miwwele verzaapt , net geläimt
Betekenis 3: verbinden met een pen-en-gat-verbinding
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- verzapen
- Voltooid deelwoord
- verzaapt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- verzapen
- du
- verzaaps
- hien / hatt / si
- verzaapt
- mir
- verzapen
- dir
- verzaapt
- si
- verzapen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu verzaapt
- du
- hues verzaapt
- hien / hatt / si
- huet verzaapt
- mir
- hu verzaapt
- dir
- hutt verzaapt
- si
- hu verzaapt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat verzaapt
- du
- has verzaapt
- hien / hatt / si
- hat verzaapt
- mir
- hate verzaapt
- dir
- hat verzaapt
- si
- hate verzaapt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing verzapen
- du
- géifs / géings verzapen
- hien / hatt / si
- géif / géing verzapen
- mir
- géifen / géinge verzapen
- dir
- géift / géingt verzapen
- si
- géifen / géinge verzapen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt verzaapt
- du
- häss verzaapt
- hien / hatt / si
- hätt verzaapt
- mir
- hätte verzaapt
- dir
- hätt verzaapt
- si
- hätte verzaapt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- verzap!
- dir
- verzaapt!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→