betitelen

Lëtzebuergesch
English
to entitle; to caption
Français
intituler
Deutsch
betiteln
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
betitelt

Uitspraak (IPA)

[bətˈitələn]

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • betitel
  • betitelen
  • betitels
  • betitelt

Werkwoordvervoeging

Infinitief
betitelen
Voltooid deelwoord
betitelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
betitelen
du
betitels
hien / hatt / si
betitelt
mir
betitelen
dir
betitelt
si
betitelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu betitelt
du
hues betitelt
hien / hatt / si
huet betitelt
mir
hu betitelt
dir
hutt betitelt
si
hu betitelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat betitelt
du
has betitelt
hien / hatt / si
hat betitelt
mir
hate betitelt
dir
hat betitelt
si
hate betitelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing betitelen
du
géifs / géings betitelen
hien / hatt / si
géif / géing betitelen
mir
géifen / géinge betitelen
dir
géift / géingt betitelen
si
géifen / géinge betitelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt betitelt
du
häss betitelt
hien / hatt / si
hätt betitelt
mir
hätte betitelt
dir
hätt betitelt
si
hätte betitelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
betitel!
dir
betitelt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→