stempelen

Lëtzebuergesch
English
to stamp; to be on the dole
Français
tamponner; toucher une indemnité de chômage
Deutsch
stempeln; stempeln gehen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gestempelt

Uitspraak (IPA)

[ʃtˈæmpələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
stempeln (mit einem Stempel versehen)
Français
timbrer; tamponner
English
to stamp (to impress a mark)
Português
pôr carimbo em; carimbar
Nederlands
stempelen; afstempelen

Betekenis 2

spreektaal

Deutsch
stempeln gehen (arbeitslos sein)
Français
toucher une indemnité de chômage
English
to be on the dole
Português
receber subsídio de desemprego
Nederlands
(gaan) stempelen; steun trekken (wegens werkloosheid)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gestempelt
  • gestempeltem
  • gestempelten
  • gestempelter
  • stempel
  • stempele goen
  • stempelen
  • stempels
  • stempelt

Voorbeeldzinnen

  1. d'Beamtin am Guichet huet all meng Dokumenter gestempelt

    Betekenis 1: stempelen; afstempelen

  2. wann en Timber gestempelt ass, huet e manner Sammlerwäert

    Betekenis 1: stempelen; afstempelen

  3. wien eng Kéier am Prisong souz, ass fir säi Liewe gestempelt

    spreektaal

    Betekenis 1: stempelen; afstempelen

  4. ier ech eng nei Plaz fonnt hunn, sinn ech méintlaang stempele gaangen

    spreektaal

    Betekenis 2: (gaan) stempelen; steun trekken

Werkwoordvervoeging

Infinitief
stempelen
Voltooid deelwoord
gestempelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
stempelen
du
stempels
hien / hatt / si
stempelt
mir
stempelen
dir
stempelt
si
stempelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gestempelt
du
hues gestempelt
hien / hatt / si
huet gestempelt
mir
hu gestempelt
dir
hutt gestempelt
si
hu gestempelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gestempelt
du
has gestempelt
hien / hatt / si
hat gestempelt
mir
hate gestempelt
dir
hat gestempelt
si
hate gestempelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing stempelen
du
géifs / géings stempelen
hien / hatt / si
géif / géing stempelen
mir
géifen / géinge stempelen
dir
géift / géingt stempelen
si
géifen / géinge stempelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gestempelt
du
häss gestempelt
hien / hatt / si
hätt gestempelt
mir
hätte gestempelt
dir
hätt gestempelt
si
hätte gestempelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
stempel!
dir
stempelt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→