urteelen

Lëtzebuergesch
English
to judge
Français
juger
Deutsch
urteilen (über)
Woordsoort
VRB
Synoniem
jugéieren
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
geurteelt

Uitspraak (IPA)

[ˈuːɐ̯teːlən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
urteilen (über) (ein Urteil äußern (über))
Français
juger (porter un jugement sur, apprécier)
English
to judge (to make a judgement on)
Português
julgar (emitir uma opinião sobre, avaliar)
Nederlands
oordelen (over)

Synoniemen

jugéieren

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • geurteelt
  • urteel
  • urteelen
  • urteelen (iwwer)
  • urteels
  • urteelt

Voorbeeldzinnen

  1. du hues kee Recht, iwwer déi aner Leit ze urteelen !

    Betekenis: oordelen (over)

  2. hirem Gespréich no ze urteelen , hu se nach keng Léisung fonnt

    Betekenis: oordelen (over)

Werkwoordvervoeging

Infinitief
urteelen
Voltooid deelwoord
geurteelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
urteelen
du
urteels
hien / hatt / si
urteelt
mir
urteelen
dir
urteelt
si
urteelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu geurteelt
du
hues geurteelt
hien / hatt / si
huet geurteelt
mir
hu geurteelt
dir
hutt geurteelt
si
hu geurteelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat geurteelt
du
has geurteelt
hien / hatt / si
hat geurteelt
mir
hate geurteelt
dir
hat geurteelt
si
hate geurteelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing urteelen
du
géifs / géings urteelen
hien / hatt / si
géif / géing urteelen
mir
géifen / géingen urteelen
dir
géift / géingt urteelen
si
géifen / géingen urteelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt geurteelt
du
häss geurteelt
hien / hatt / si
hätt geurteelt
mir
hätte geurteelt
dir
hätt geurteelt
si
hätte geurteelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
urteel!
dir
urteelt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→