verurteelen
Lëtzebuergesch
- English
- to sentence; to condemn
- Français
- condamner
- Deutsch
- verurteilen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- verurteelt
Uitspraak (IPA)
[fɐˈuːɐ̯teːlən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- verurteilen (bestrafen)
- Français
- condamner (infliger une peine à)
- English
- to sentence
- Português
- condenar (impor uma pena a)
- Nederlands
- veroordelen (bestraffen)
Betekenis 2
- Deutsch
- verurteilen (missbilligen)
- Français
- condamner (désapprouver)
- English
- to condemn (to censure)
- Português
- condenar (desaprovar)
- Nederlands
- veroordelen (afkeuren)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- verurteel
- verurteelen
- verurteels
- verurteelt
- verurteeltem
- verurteelten
- verurteelter
Voorbeeldzinnen
d'Geriicht huet den Abriecher zu dräi Joer Prisong verurteelt
Betekenis 1: veroordelen
den Ugekloten ass fir seng Verbrieche verurteelt ginn
Betekenis 1: veroordelen
de verurteelten Deserteur gouf direkt erschoss
Betekenis 1: veroordelen
et soll ee keen ze fréi verurteelen
Betekenis 1: veroordelen
déi international Gemeinschaft huet d'Invasioun vum Land verurteelt
Betekenis 2: veroordelen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- verurteelen
- Voltooid deelwoord
- verurteelt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- verurteelen
- du
- verurteels
- hien / hatt / si
- verurteelt
- mir
- verurteelen
- dir
- verurteelt
- si
- verurteelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu verurteelt
- du
- hues verurteelt
- hien / hatt / si
- huet verurteelt
- mir
- hu verurteelt
- dir
- hutt verurteelt
- si
- hu verurteelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat verurteelt
- du
- has verurteelt
- hien / hatt / si
- hat verurteelt
- mir
- hate verurteelt
- dir
- hat verurteelt
- si
- hate verurteelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing verurteelen
- du
- géifs / géings verurteelen
- hien / hatt / si
- géif / géing verurteelen
- mir
- géifen / géinge verurteelen
- dir
- géift / géingt verurteelen
- si
- géifen / géinge verurteelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt verurteelt
- du
- häss verurteelt
- hien / hatt / si
- hätt verurteelt
- mir
- hätte verurteelt
- dir
- hätt verurteelt
- si
- hätte verurteelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- verurteel!
- dir
- verurteelt!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→