schifgoen

Lëtzebuergesch
English
to go wrong
Français
foirer
Deutsch
schiefgehen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
schifgaangen; schifgaang

Uitspraak (IPA)

[ʃˈiːfɡoːən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

spreektaal

Deutsch
schiefgehen
Français
échouer; foirer
English
to fail; to go wrong
Português
falhar; correr mal
Nederlands
mislukken; verkeerd gaan

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • schif
  • schifgaang
  • schifgaangen
  • schifgeet
  • schifgéing
  • schifgéingen
  • schifgi
  • schifginn
  • schifgoen
  • schifgoung
  • schifgoungen
  • schifzegoen

Voorbeeldzinnen

  1. all Versuch, den Auto mat engem Trakter aus der Baach ze zéien, ass bis elo schifgaangen

    spreektaal

    Betekenis: mislukken; verkeerd gaan

  2. du hues dech gutt op den Exame preparéiert, elo ka bal näischt méi schifgoen

    spreektaal

    Betekenis: mislukken; verkeerd gaan

Werkwoordvervoeging

Infinitief
schifgoen
Voltooid deelwoord
schifgaangen / schifgaang
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
geet schif
si
gi schif
Aantonende wijs · Onvoltooid verleden tijd
hien / hatt / si
goung schif
si
gounge schif
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
ass schifgaangen / schifgaang
si
si schifgaangen / schifgaang
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
hien / hatt / si
war schifgaangen / schifgaang
si
ware schifgaangen / schifgaang
Voorwaardelijke wijs · presentSimple
hien / hatt / si
géing schif
si
géinge schif
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
géif / géing schifgoen
si
géifen / géinge schifgoen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
hien / hatt / si
wier schifgaangen / schifgaang
si
wiere schifgaangen / schifgaang

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→