Sport – Lëtzebuergesch

Ontdek Luxemburgse woorden per thema, met vertalingen en uitspraak.

Lëtzebuergesch Nederlands
Aerobic aerobics
Ausdauer uithoudingsvermogen; doorzettingsvermogen; volharding
Badminton badminton
Ballet ballet
Basket basketbal
Biergsteiger bergbeklimmer; alpinist
Billard biljart
Bouschéissen boogschieten
boxen stompen; boksen
danzen dansen
deenen stretchen
disqualifizéieren diskwalificeren; uitsluiten; zich blameren
Dopping doping
Europameeschter Europees kampioen
fechten schermen; bij elkaar bedelen
Fitness vorm; conditie
Fitness sportschool; fitnesscentrum; conditietraining; gymnastiek
Fussball voetbal
Golf golf
Handball handbal
Judo judo
Kampfsport vechtsport
Karate karate
Keelebunn kegelbaan
Kraaft kracht; van kracht; in werking
lafen hardlopen; rennen; stromen; uitmonden in; stromen in; lopen
Landesmeeschter landskampioen
Liichtathletik EN: athletics
Medail medaille
Olympiad Olympische Spelen
opwiermen opwarmen; zich verwarmen
Pingpong pingpong
pompelen pompen; opdrukken
Rallye rally; speurtocht
reiden paardrijden; rijden
Rudderer roeier
Schifuerer skiër
Schlittschong schaats
schwammen zwemmen; drijven; (in de knel) komen
seegelen zeilen
Skater skater
Tennis tennis
Vëlofueren fietsen
Vitess snelheid; versnelling
Volleyball volleybal
wanderen trekken; zwerven
Weltmeeschter wereldkampioen
Äishockey ijshockey