Bijwoorden – Lëtzebuergesch

Ontdek Luxemburgse woorden per thema, met vertalingen en uitspraak.

Lëtzebuergesch Nederlands
ab weg; verdwenen; kwijt; hup; als de gesmeerde bliksem
absënns vooral
al erg; heel; zeer
allerdéngs echter; evenwel
alljoers elk jaar
allkéiers elke keer; steeds weer; ieder; elk
allze al te
allzäit in elk geval; te allen tijde; minstens; ten minste
also dus
alt soms; al(vast)
amgaang bezig zijn; aan de gang zijn; plaatsvinden
amstand in staat zijn (om) te
an erin
andauernd voortdurend; ononderbroken; continu
anerersäits enerzijds ..., anderzijds
anerwäerts ergens anders; elders
anescht anders (dan)
anno anno
anscheinend naar het schijnt; blijkbaar
anzwousch ergens; ergens anders
anzwouschhin ergens; ergens heen
anzwuersch ergens (heen); naar het toilet; ergens anders (heen)
an_engems tegelijk; gelijktijdig
apaart bijzonder; vooral
aus uit; afgelopen; uit zijn op
auserneen uit/van elkaar
ausgerechent uitgerekend
ausnamsweis bij wijze van uitzondering
ausschliisslech uitsluitend; enkel en alleen
ausserdeem bovendien
auswenneg van buiten; uit het hoofd
auswäerts elders; van elders
awer toch
a_puncto wat ... betreft; op het punt van
bal bijna; nu eens ..., dan weer; soms ..., soms; nog niet zo snel; voorlopig (nog) niet
bannebaussen binnenstebuiten
bannen (van) binnen
bannenan binnen; innerlijk
bannendran van binnen; innerlijk
batter bitter
baussen (van) buiten
bedeitend beduidend
bedéngt beperkt; tot op zekere hoogte; onder voorbehoud
beieneen in één keer; tegelijk
beileiwen beslist (niet)
béis zeer; heel erg
bekanntlech zoals bekend
beschtens prima; uitstekend
besonnesch bijzonder; in het bijzonder; vooral
bestëmmt zeker; beslist; vast en zeker; vast
bestänneg voortdurend
biergof bergaf
biergop bergop
blannemännches blindelings
bont het (te) bont maken
bridderlech broederlijk delen; eerlijk delen
bäi op een kier staan; (ergens) tegenaan komen; bij zijn (met)
bäileefeg in het voorbijgaan; terloops; toevallig
bäino bijna
daagsiwwer overdag
dacks vaak; dikwijls; met velen zijn; talrijk zijn
dagan dag in, dag uit
dagaus dag in, dag uit
dann dan; daarna
dausendmol duizendmaal
déck zeer; erg; echt
deels deels ..., deels ...
deelweis gedeeltelijk
deemno (en) daarom; dienovereenkomstig; navenant
deemnächst binnenkort
deemools toen(tertijd); destijds
déi_Säit EN: on the other side (of)
dem_Honn_hannen EN: in the middle of nowhere
dengersäits EN: for your part
dënschdes EN: (on) Tuesday(s); on Tuesday
derbäi EN: to participate
derduerch EN: gone
dernieft EN: mixed up; inappropriate
derno EN: after; in the end
derwidder EN: all the time
deslescht EN: the other day
desto EN: the more ..., the more ...
dës_Säit EN: this side (of)
direkt direct; onmiddellijk
do dat daar; daar
dobannen binnen
dobaussen buiten
dobäi terwijl
dofir daarom
dogéint daarentegen
dohannen daar; ginds; daarginds
doheem thuis
dohin daarheen; erheen; tot dan
donidden beneden
donneschdes donderdags; donderdag
dono EN: after; in the end
dorëmmer overal; hier en daar; ergens in de buurt (van); rond; ongeveer
doropshin en toen; en daarom
doruechter door elkaar; een warboel; in de war; verstrooid; hier en daar; links en rechts
dosenteweis tientallen; in grote hoeveelheden; vaak
dowéinst daarom
dran mogelijk
drënner in het honderd lopen
drëssegmol dertig maal; dertig keer
drëttens ten derde
driwwer in het honderd lopen; een bende worden
drop in een goed humeur zijn; ... erna; ... later; op het punt (staan); voortdurend; aan een stuk door
drun aan de beurt zijn; er slecht aan toe zijn; het slecht treffen; zijn; staan met; gaan met; geen uitweg meer zien; aan het eind van zijn Latijn zijn; op het punt staan
dräimol driemaal
duer daar; daarheen
duerch gaar; doorbraden; doorbakken; door; door en door; in hart en ziel
duerchaus volledig; volstrekt
duercherneen in de war; door elkaar
dunn toen; vervolgens
duuss voorzichtig; behoedzaam
därmoossen dermate; heel
eeben juist; precies
eegenhänneg eigenhandig; persoonlijk
eemol één keer; eenmaal; onveranderd; nog steeds hetzelfde; ineens; plotseling
eenegermoossen enigermate
eenzeg enkel en alleen
eenzock terstond
eeschtlech serieus; ernstig
eigentlech eigenlijk
éinescht daarnet; zo-even
éischtens ten eerste
éischter eerder; vroeger; tamelijk; vrij; liever
eisersäits van onze kant; onzerzijds
elei hier
eleng alleen; alleen al
ellen heel erg; ontzettend
elo nu; onlangs
ëm ongeveer
ëm bedorven; zuur; voorbij
ëmmer altijd; steeds; altijd al; steeds (meer); ten minste; minstens
ëmmerhin toch; tenminste
ëmsoss voor niets; tevergeefs; zonder reden; gratis
ëmsou des te
endlech eindelijk
engersäits enerzijds ... anderzijds
ënnen beneden; onder(aan)
ënnenan beneden
ënnerdaach naar binnen
ënnerwee onderweg
enorm enorm; heel
entre-temps intussen
erduerch voorbij
eréischt pas
erëm weer; opnieuw; terug
eriwwer voorbij
erlaanscht voorbij; gepasseerd; afgelopen
esou zo; zoveel; zo ... als; zo ... dat
esouguer zelfs
esoulaang intussen; ondertussen
esou_lues langzamerhand
ewell al; nu
express expres; met opzet
extra bijzonder goed; extra
e_puermol een paar keer
fënnefmol vijfmaal
ferm flink
fërmlech letterlijk
fierchterlech vreselijk
firwat waarom
fléissend vloeiend
fofzegmol vijftigmaal; vijftig keer
follgendermoossen als volgt
fort weg; ver weg
fréi vroeg
freides vrijdags; vrijdag
fréier vroeger
fréistens op zijn vroegst
fräihänneg met losse handen; uit de losse pols
fuerchtbar verschrikkelijk
gaangs onmiddellijk; meteen; direct
ganz heel; erg
garantéiert gegarandeerd; zeker
gefällegst alsjeblieft; zonder tegenspreken
geleeën gelegen komen; van pas komen
geleeëntlech af en toe; soms; bij gelegenheid
gemengerhand gewoonlijk
gemälleg rustig; kalm
geneesou even
genëschelt stiekem; in het geniep
genësserlech genietend; met genot
genuch genoeg
gëschter gisteren
geschwënn binnenkort; zometeen; snel
gewalteg geweldig; enorm
gewéinlech gewoonlijk
gewëssermoossen in zekere zin; tot op zekere hoogte
glat helemaal; vlot; helemaal niet(s); absoluut niet(s)
glécklecherweis gelukkig
gläich gelijk; zo; zometeen; snel
gläichfalls insgelijks
gläichzäiteg tegelijkertijd
grad juist; net; uitgerekend; nu al helemaal; nu juist; op de man af; ronduit
gradesou even; net zo
gréisstendeels grotendeels
guer helemaal niet
gutt gemakkelijk; goed; dik; ruim
gär graag; gemakkelijk; opzettelijk; met opzet; houden van; lekker vinden; graag hebben
haaptberufflech als hoofdberoep; voltijds
hannebäi op de billen; onder de kont
hannen achter(en); aan de achterkant; achter; achteruit
hannenaus achter het huis; aan de achterkant; achter
hannendran achteropgeraakt; achterin
hannendrop achterop; op de achterkant; ten slotte
hannendrun erachter
hannenerëm achterom; heimelijk; clandestien; achterbaks
hannenhin zo hard mogelijk
hannenno hierna; achteraf; naderhand
hannereneen achtereen; achterelkaar
hannerrécks achteruit; achterover; terug
hannerwands beschut
hannerzeg achterover; achteruit
hannevir achterstevoren
hannewidder zo ver mogelijk naar achteren; op volle sterkte
haut vandaag; vandaag de dag; heden ten dage; tegenwoordig
hautdesdaags tegenwoordig
héchstens hoogstens
héchstperséinlech hoogstpersoonlijk
héchstwarscheinlech hoogstwaarschijnlijk
heem naar huis
heemzou naar huis
hei dit; deze ... hier
heiansdo soms
heibannen binnen
heibaussen hier
heierëmmer hier in de buurt
heiheem thuis; in eigen land
heihin hier
heinidden hier; op aarde
heizuland in ons land; hier bij ons
hell enorm; snel
hellewech vliegensvlug; laaiend; enorm
hellop enorm; buitengewoon
hemmungslos gewetenloos; ongeremd; onbeheerst
hënt vannacht
herno hierna; nadien
hier hier; geleden zijn; achter (iemand) aan zijn
hirersäits van haar kant; harerzijds; van hun kant; hunnerzijds
hoergenee haarfijn
hoffentlech hopelijk
honnertmol honderdmaal; honderd keer
hott_an_har van hot naar her; schots en scheef
huerteg snel
husch kwijt; direct; onmiddellijk
häerzlech bar weinig; erg weinig
iergendwann ooit; wel eens; ergens
iergendwéi op de een of andere manier; hoe dan ook
iergendwou ergens
iergendzwousch ergens
iertemlech per ongeluk
iertemlecherweis bij vergissing; per ongeluk
immens heel
implizitt impliciet
inklusiv met inbegrip van
iwwer over
iwwerall overal
iwwerdeems ondertussen; tegelijkertijd
iwwereg over zijn
iwweregens overigens
iwwerhaapt überhaupt; helemaal niet; trouwens; overigens
iwwerhand sterk toenemen; veld winnen
iwwermuer overmorgen
jee ooit; naargelang; afhankelijk van; al naargelang (of); kortom
jeehier van oudsher; sinds mensenheugenis
jeemools ooit
jeeweils telkens
jidderzäit te allen tijde; op elk moment
jiddwerfalls EN: in any case
just uitsluitend; enkel en alleen; slechts; direct; precies zoal het is; net; zojuist; op het nippertje; uitgerekend
kaum nauwelijks
keemools nooit
kéipweis bij/in hopen
këschteweis in kisten verpakt; in dozen verpakt; kisten vol; dozen vol
kierzlech onlangs
klinesch klinisch dood
knapps nauwelijks; rakelings
kolossal enorm; buitengewoon; geweldig
komescherweis grappig genoeg; eigenaardig genoeg
kuerzerhand zonder dralen; resoluut
laanscht voorbij
leider helaas
léiwer liever; liever hebben
lénks links
literweis met (hele) liters; in grote hoeveelheden
logescherweis logischerwijs
längst allang
mann weinig
manner minder
masseg heel veel; massa's
masseweis in grote hoeveelheden
mat ook; me(d)e; (tot) en met; meedoen; van de partij zijn; akkoord zijn
mateneen tegelijk
matzen midden (in/op)
maximum hoogstens; maximaal
meeschtendeels meestal; vooral
meeschtens meestal
mega mega; hartstikke
méi meer ... dan; meer; niet meer; alleen nog
méiglecherweis mogelijk; misschien
méiglechst zo ... mogelijk
meilewäit mijlenver; zeer ver
méindes ´s maandags; maandag
mengerliewen in heel mijn leven
mengersäits mijnerzijds
mengetweegen wat mij betreft; voor mijn part
meterweis meters; in grote hoeveelheden
mëttes ´s middags; ´s (na)middags
mëttlerweil intussen; ondertussen
mëttwochs s woensdags; woensdag
mindestens minstens; ten minste
minus min
moies EN: mornings; in the morning
mol EN: multiplied by
muer EN: tomorrow
mueres EN: mornings; in the morning
munchmol EN: sometimes
muttwëlles EN: unnecessarily
nach nog; nog steeds; nog (niet); nog (net); nog (meer); alleen nog
natierlech natuurlijk; vanzelfsprekend; uiteraard
neelech rakelings; net
nees weer; opnieuw
neierdéngs sinds korte tijd
néierens nergens
néierewou nergens
nëmmen alleen; maar
néngmol negenmaal; negen keer
netto netto
net_vun_ongeféier niet toevallig; niet voor niets
ni nooit; nooit ofte nimmer
niewebäi tussen haakjes
niewelaanscht daarnaast; tussendoor; tevens
niewendrun ernaast
niewenteneen naast elkaar; gelijktijdig
nimools nooit
nobäi in de buurt; bijna
nomëttes ´s middags
nonzegmol negentigmaal; negentig keer
normalerweis normaal gesproken
noutfalls desnoods
noutgedrongen noodgedwongen
no_an_no geleidelijk; stukje bij beetje
nuets ´s nachts
nämlech namelijk
och ook
oft vaak
onbedéngt beslist
onbemierkt onopgemerkt
onfeelbar onfeilbaar
ongebremst zonder te remmen
ongefrot ongevraagd
onglécklecherweis ongelukkigerwijs
ongär niet graag
onversinns onverhoeds; onverwachts
op open; op zijn
opweises kunnen bogen op
op_halbmast halfstok
op_ongeféier op het oog
owes s avonds
partout beslist; in elk geval; persé
perséinlech persoonlijk
plazeweis plaatselijk
plus plus
poulriicht kaarsrecht; recht(streeks); linea recta; onmiddellijk; zonder meer
praktesch praktisch
prinzipiell in principe; uit principe
präislech wat de prijs betreft; qua prijs
quasi quasi; zo goed als
queesch dwars
recto_verso recto verso; tweezijdig; dubbelzijdig
reieweis massaal
relativ relatief; tamelijk
rezent recent; onlangs
rieds praten over; spreken over; sprake zijn van
riets rechts
riicht regelrecht
riichtaus rechtuit
riichteran EN: heavily
riichteraus ronduit; op de man af
ronn rond
räich rijkelijk
räichlech rijkelijk; royaal; meer dan genoeg; tamelijk; nogal
samschdes ´s zaterdags; op zaterdag; zaterdag
sauméisseg ontzettend; vreselijk
schéin erg; buitengewoon; mooi; netjes; braaf
scheinbar schijnbaar
schëtzeg snel; vlot
schlagméisseg regelmatig; steeds weer
schlecht slecht
schliisslech tenslotte; ten slotte; uiteindelijk
schlussendlech uiteindelijk
schonn al
schounend voorzichtig meedelen
schubweis in aanvallen
schwéier danig
schwéngseg smerig; ontzettend; bar
sécher zeker; beslist; vermoedelijk
sécherheetshalber voor de zekerheid
sécherlech zeker; waarschijnlijk
sechsmol zesmaal; zes keer
sechzegmol zestigmaal; zestig kleer
séier zeer
séileroueg doodkalm; doodgemoedereerd
selwer zelf
sengerliewen zijn leven lang
siwemol zevenmaal; zeven keer
siwwenzegmol zeventig maal
sonndes s zondags; op zondag; zondag
sonnergläichen zonder weerga; weergaloos
sonnerlech niet bijzonder
soss anders; verder; vroeger; gewoonlijk
souwisou in elk geval
souzesoen zogezegd; bij wijze van spreken; bijna
spéiderhin later
spéitstens uiterlijk
speziell vooral
spuerlos spoorloos
stonneweis gedurende enkele uren
säitdeem sindsdien
tatsächlech inderdaad
telefonesch telefonisch
tëschenduerch (er)tussendoor; onderweg
theoreetesch theoretisch
tonnen verschrikkelijk; enorm
tonneweis met tonnen tegelijk; in enorme hoeveelheden
trapof de trap af gaan
trapop de trap opgaan
trotzdeem desondanks; toch
uerg erg
uewen boven; boven (aan)
uewenhin tot boven aan toe
uewenop daarboven
ufangs aanvankelijk; in het begin
un aan zijn; aan staan; begonnen zijn; ervandoor zijn
uschléissend aansluitend; daarna
véiermol viermaal
véierzegmol veertigmaal; veertig keer
verhältnisméisseg verhoudingsgewijs; naar verhouding
vijenzeg vooruit
vill veel
villmools hartelijk bedankt
vir voor; voor zijn; voor liggen; van voren af aan
viraus voor
viraus voorliggen op; vooruit zijn
viraussiichtlech vermoedelijk; waarschijnlijk
virbäi vooraan staan
virdrun ervoor; aan de voorzijde; zojuist; daarnet
virgëschter eergisteren
virop voorop; eerst; om te beginnen; vooral
vis-à-vis (er)tegenover; aan de overkant
vläicht misschien; ongeveer; weliswaar
vollkommen volkomen
vum_selwen vanzelf
vuneneen van elkaar; in leeftijd schelend
weesentlech aanmerkelijk
weidenaffen wagenwijd
weider in de toekomst; (blijven); niet langer; niet erg; niemand (behalve); niets; niets (anders) dan
weiderhin verder; ook in de toekomst
wéineg weinig; nauwelijks
wéini wanneer
wéinstens ten minste; minstens
wëlles van plan zijn; voornemens zijn
wiertes op werkdagen; door de week
wou waar; dat; waarin; hoe
woufir waarvoor
wouhier vanwaar; waarvandaan; waar vandaan
wouhin waar(heen)
wuelgemierkt uiteraard; natuurlijk
wuelverstan let wel; natuurlijk
wuer waar; waarheen
wäit wijd; ver
zanterhier EN: since then
ze te (veel)
zegutt tegoed hebben; recht hebben op
zejoert vorig jaar; afgelopen jaar
zemools vooral; met name
zéngmol tienmaal; tien keer
zeréck terug; op de terugweg; laat zijn; terug zijn
zeréckuetesch achteruit
zerguttst voorgoed
zesummen samen
zierfräi vrijhouden
zimmlech vrij; tamelijk
zirka circa; ongeveer
zou dicht; gesloten
zoufälleg toevallig; misschien
zoufällegerweis toevallig; bij toeval; misschien
zudéifst ten zeerste
zugläich tegelijkertijd; tevens
zuleeds iemand kwaad doen
zulescht tot het laatst
zurieds ter verantwoording roepen
zuwee goed terecht komen; overweg kunnen (met); overweg kunnen met
zwangsleefeg onvermijdelijk; automatisch
zwanzegmol twintig maal; twintig keer
zweemol tweemaal
zweetens ten tweede; op de tweede plaats
ärersäits van jullie kant; jullie
Ärersäits uwerzijds; van uw kant
äusserst uiterst; uitermate